11-08-11

Schokkend gedicht

Een bolsjewistische fanfare

                                                                       

                                                                         

Lenin, de tamboer met zijn pet, loopt vooraan naast de al bebloede vlag.

De pokdalige Stalin pauzeert slechts na een harde plechtige paukenslag.      

 

De bebrilde Trotski bespeelt de tuba en de arme Boecharin de bombardon.

De lepe Beria en de bleke Lakoba blazen beiden op een lange hoorn.

 

De trotse besnorde Semjon Boedjonny trekt lachend aan zijn accordeon

en in het oude koude Moskou slaat Molotov op bevel op de grote trom.           

 

Gorki, de ingenieur van de ziel, bezingt al die leren figuren in leren jekkers. 

Alleen de dwaze dwerg Jezjov met zijn rode armband aan hinkt achteraan. 

 

 

Hendrik Carette

Uit de bundel “ Een zeemeermin aan de monding van het Zwin “ (Gent : Poëziecentrum, 2011, te bestellen in de betere boekhandel)

 

 

22:46 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-07-11

Divertimento

Zeventien haiku

 

                                                      vlinder in de trein

                      mijn god dacht ik als daar maar 

     geen haiku van komt

                          Ilja Leonard Pfeijffer, geen haiku

 

1. Een rauwe mossel

    of een oester smaakt naar zee

    die weer drinkbaar is. 

 

2.  Tussen land en zee

     ligt het wak getijdenland.

     Het wacht op de vloed.

 

3.   De tocht naar het wad

     gaat recht door de waddenzee.

     De laarzen zuigen. 

 

4.   Mijn gelakte stok

      is de staf van een pelgrim

      die nergens heengaat.

 

6.  Het boek beschermt mij

     tegen de onwetendheid.

     Wie zal het schrijven?

 

7.  Die rode landwijn

     laat mij haken naar de zon

     boven het zuiden.  

 

 

 

 

8.  De man en de zwaan

     zingen een laatste gezang.

     Even zwelt de maan. 

        

9.  Die plompe toren

     helpt de zeelieden niet meer.

     Hij staat nu te ver. 

 

10De magnolia bloeit

      met tulpvormige bloemen

      maar blijft een bastaard.

 

11. In zijn donker woud

      verscholen vind ik zijn weg.  

      De plek is ontgrond.   

 

 12. Honderden meters

       hoog aan de zomerhemel 

       zingt de leeuwerik.        

           

13.  Die oude blazer,

      hij blaast al die demonen

      uit zijn geest en lijf.

 

14. Is dat vuur dat smeult

      het heilig vuur dat nog brandt

      of slechts een strovuur?

 

15. Sinds die nacht heb ik    

      de borsten van haar boezem

      niet meer aangeraakt.

 

 

     

16. Zie, dit is het land

      dat meer dan eens mijn voeten

      heeft mogen voelen.                                   

         

17. De dichter slaapt slecht.

      De Muze kan niet wachten

      tot de priester komt. 

     

 

 

 

Hendrik Carette

10:00 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-06-11

Nieuw gedicht

 

 

La vie d’un ogre

gedicht voor oudere mensen, nog niet voor kinderen 

 

Ik ruik meer en meer dwergenvlees

en zie onder de paddestoelen 

en onder aan de bomen hoe de dwergen

met hun rozijnenbaarden

en hun kabouterkoppen

met een puntmuts op

zich niet meer kunnen of willen verbergen.

 

Ik heb al zeker zeven kleine mensen

of dwergen (goed kauwend) opgepeuzeld.

Het ranzige vlees moet ik eerst braden

dan lang roosteren, want het smaakt

naar vlees van jonge en oude varanen

maar ik doe er veel mosterd bij

en ook knoflook om de duivel te verjagen.

    

 

Hendrik Carette

 

 

 

 

 

 

 

 

22:53 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-05-11

Gedicht

Gouden tijdperk

 

 

Geluk was een fles cider in Normandië.

We waren nog niet oud en niet gefortuneerd.

Walcheren was nog een eiland

en ook Schouwen-Duiveland.

Rusland was de machtige Sovjet-Unie

en strekte zich uit van de Witte tot aan de Zwarte Zee

en daar leefde zelfs nog Anna Achmatova.     

Niemand ging toen al naar Nepal

en zeker niet naar het Thailand van koning Boemibol.

De Duitsers hadden dan wel de oorlog verloren,

het land was veilig want onze koning Leopold

kon steunen op honderdduizenden loyale Leopoldisten.

Op de eerste maandag van de maand mei

kwam het boerenvolk massaal naar de stad.

In de zomer wilde iedereen naar de kust.

In de winter wilde iedereen naar de besneeuwde bergen.

Wie geen toekomst had trok naar Argentinië

of koos voor onze Congo.

Op het platteland waren nog oude haarden   

en in 1958 zag ik het Atomium.  

Niemand was melaats of leed aan lepra.

Iedereen was arm en gelukkig.

 

 

Hendrik Carette

 

  

 

21:00 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-04-11

UITNODIGING

 

 

U bent uitgenodigd voor de voorstelling

van de nieuwe (zevende) dichtbundel

Een zeemeermin aan de monding van het Zwin

van Hendrik Carette

                       

die in april 2011

werd uitgegeven door het PoëzieCentrum.

(78 blz. , ISBN 978 90 5655 444 6

__________________________________________________

Zaterdag 7 mei e.k. om 16.00 uur

in de bovenzaal van het Toreken

op de Vrijdagmarkt, nr. 36 te Gent

(info: tel. 09. 225 22 25,w.tibergien poeziecentrum.be)

__________________________________________________

De uitgever Willy Tibergien spreekt een welkomstwoord

Prof.dr. Erik Spinoy houdt een toespraak 

De dichter leest acht gedichten

Receptie aangeboden door de uitgeverij

20:35 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-04-11

Hommage

 

Hana wa sakuragi hito wa bushi

 

Jean Mabire (1927-2006)

 

Zo luidt het motto dat Jean Mabire in het Japans en in de Franse vertaling bij zijn machtig, onthutsend en schitterend boek Les Samouraï (eerst in 1972 bij Balland te Parijs uitgegeven en nadien in 1987 als pocket nr. 3983 in de reeks ‘Le livre de poche’) ons heeft aangeboden. De Franse vertaling van dat motto dat hier bovenaan staat is : “De même que la fleur de cerisier est la fleur par excellence, de même parmi les hommes, le samourai est l’homme par excellence. » Of door mij in het moderne Diets hertaald  : “Zoals de bloem van de kerselaar het mooiste bloeit, zo is ook onder de mensen, de samourai de mooiste mens.”     

Vandaag op 29 maart is het exact vijf jaar geleden dat de schrijver - soldaat Jean Mabire (1927 – 2006) in Saint-Malo is overleden. En de ironie van het lot wil dat deze grote Normandiër in het Keltische Bretagne is gestorven. Jean Mabire was tijdens zijn lang en vruchtbaar leven een journalist, een schrijver en als officier (parachutist en patriot) in dienst van zijn vaderland. Hij lanceerde al in 1949 zijn eigen periodiek Viking dat tot in 1955 heeft bestaan. Hij werd eerst onder-luitenant bij het eerste bataillon in Montauban en beëindigde, beladen met diverse decoraties,  zijn militaire dienst als reserve - kapitein. Als schrijver kwam hij in 1963 met brio in de Franse letteren binnen met zijn pamfletessay met de mooie titel Drieu parmi nous (en dus niet Dieu, want hier gaat het uiteraard om de Franse fascist en dandy Pierre Drieu la Rochelle van wie onlangs bij uitgeverij Krisis zijn boek Textes politiques 1919-1945 uitkwam) dat bij La Table Ronde verscheen en dat nog in 2002 moest herdrukt en heruitgegeven worden. De onverwoestbaar strijdende Mabire had vier grote onderwerpen of themata die in zijn talrijke boeken, die soms zeer succesrijk waren, liggen verspreid. Hij hield heel veel van zijn Normandië, (geschiedenis, helden,  sagen, mythologie en mysteries) met als voorbeeld zijn Histoire de la Normandie (Hachette, 1976, dat herhaaldelijk werd herdrukt). Zijn grote belangstelling voor de militaire geschiedenis. Met hier als voorbeeld La Division Charlemagne (Parijs, Fayard, 1974) een cultboek dat eveneens herdrukt moest worden. Ten derde zijn duidelijke politieke overtuiging die ik nog het best kan omschrijven als een fervente Europese nationalist die de tweede wereldoorlog als een burgeroorlog beschouwde en die zijn voorkeuren en verwantschappen alom en allerwegen durfde te uiten in zijn artikelen en boeken. Hier twee voorbeelden; zijn boek over de advocaat van diverse rechts-nationalistische figuren;  Tixier-Vignancour : histoire d’un Français (L’Esprit Nouveau, 1965, heruitgegeven in 2001) en Patrick Pearse, une vie pour l’Irlande (Terre et Peuple, 1998). Ook als romanschrijver was hij actief en publiceerde hij nog vier romans, waarvan er twee werden bekroond en waarvan ik hier één titel geef : Les Paras perdus (Presse de la Cité, 1987). En ten slotte hield onze fascinerende en gefascineerde Jean Mabire ook zeer veel van de zee en het maritieme leven. En ook hier weer één boek Évasions fantastiques (gekozen uit zeven, dat opnieuw niet kon volstaan met één uitgave, maar nog in 2002 werd heruitgegeven als Les Évadés de la mer).

Toch vrees ik dat vele van deze schitterende en hoogst originele boeken hier in Brussel en zelfs in Rijsel of Parijs, zelden of nooit te koop en in elk geval slechts moeizaam te vinden zullen zijn (we kennen de perfide kanalen van het politiek - correcte denken dat vele tentakels heeft). Misschien moeten we daarvoor wel naar het diepe zuiden van Frankrijk naar een abdij of naar een gespecialiseerde boekhandel die deze haast verboden cultboeken wèl durft te verspreiden en te verkopen. Jean Mabire mag dan al vijf jaar dood zijn, mijn bewondering voor deze Frans -Normandische samourai met zijn politiek testament L’Écrivain, la Politique et l’Espérance (1966, 1994 en 1999) wordt almaar groter en groter. Tot ikzelf misschien ooit een Dietse samourai mag en kan worden.

                                                                                                                                                                                                                                                Hendrik  Carette

 

 

                                                                                   

 

 

 

 

22:54 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-03-11

PERSBERICHT

Echte dichters zullen afwezig zijn op 2 april in de Vooruit in Gent !!!

 

 

Op 2 april zal de Nacht van de Poëzie doorgaan in de Gentse Vooruit. Met enige verwondering en verbijstering las ik de namen van de dichters en kon nergens de namen van de volgende echte dichters (geen performers en geen potsenmakers, geen valse poëten en proleten, geen poseurs en parasieten, geen postjesjagers en geen prozaïsche prozaschrijvers) vinden. Ik geef de namen van deze dichters en dichteressen die aldaar aldus niet mogen optreden en voorlezen in alfabetische volgorde : Frans Boenders, Hendrik Carette, Paul Claes, Lut de Block, Frank de Crits, Jozef Deleu, Frans Deschoemaeker, Aleidis Dierick, Philip Hoorne, Henri-Floris Jespers, Gwy Mandelinck, Bert Popelier, Renaat Ramon, Hedwig Speliers, Willy Spillebeen, Erik Spinoy, Lucienne Stassaert, Mark van Tongele, Geert van Istendael en onze nog altijd levende en schrijvende nestor Hubert van Herreweghen die nota bene geboren werd in 1920.  Om dan nog niet te zwijgen van de Grote Drie van de Nederlandse poëzie : H.C. ten Berge, Herman Hendrik ter Balkt en Jacques Hamelink. Dit is een literair schandaal. Wie is hiervoor echt verantwoordelijk? En dan maar klagen dat het publiek geen belangstelling meer heeft voor het moeilijke genre van de poëzie. Maar ondertussen wel wereldberoemde dichters als Steven Grietens, Andy Fierens, NoN, Jan Bucquoy, Kenny de Thaey, Antoine Boute en ACG Vianen vragen en uitnodigen. (Niemand heeft al ooit één goed gedicht van deze geestigaards gelezen!)           

Dit is betreurenswaardig, niet zozeer voor de geweigerde, verzwegen of gecensureerde dichters zelf als wel voor de echte liefhebbers van poëzie die een verminkt geluid en een vertekend beeld van de poëzie krijgen en de stem van hun al dan niet geliefde of vermaledijde dichters daar in Gent helemaal niet kunnen zien, aanhoren en beluisteren.  

 

Hendrik Carette, dichter    

Brussel, 28 maart 2011

Echte dichters zullen afwezig zijn op 2 april in de Vooruit in Gent !!!

 

 

 

 

 

Op 2 april zal de Nacht van de Poëzie doorgaan in de Gentse Vooruit. Met enige verwondering en verbijstering las ik de namen van de dichters en kon nergens de namen van de volgende echte dichters (geen performers en geen potsenmakers, geen valse poëten en proleten, geen poseurs en parasieten, geen postjesjagers en geen prozaïsche prozaschrijvers) vinden. Ik geef de namen van deze dichters en dichteressen die aldaar aldus niet mogen optreden en voorlezen in alfabetische volgorde : Frans Boenders, Hendrik Carette, Paul Claes, Lut de Block, Frank de Crits, Jozef Deleu, Frans Deschoemaeker, Aleidis Dierick, Philip Hoorne, Henri-Floris Jespers, Gwy Mandelinck, Bert Popelier, Renaat Ramon, Hedwig Speliers, Willy Spillebeen, Erik Spinoy, Lucienne Stassaert, Mark van Tongele, Geert van Istendael en onze nog altijd levende en schrijvende nestor Hubert van Herreweghen die nota bene geboren werd in 1920.  Om dan nog niet te zwijgen van de Grote Drie van de Nederlandse poëzie : H.C. ten Berge, Herman Hendrik ter Balkt en Jacques Hamelink. Dit is een literair schandaal. Wie is hiervoor echt verantwoordelijk? En dan maar klagen dat het publiek geen belangstelling meer heeft voor het moeilijke genre van de poëzie. Maar ondertussen wel wereldberoemde dichters als Steven Grietens, Andy Fierens, NoN, Jan Bucquoy, Kenny de Thaey, Antoine Boute en ACG Vianen vragen en uitnodigen. (Niemand heeft al ooit één goed gedicht van deze geestigaards gelezen!)           

 

Dit is betreurenswaardig, niet zozeer voor de geweigerde, verzwegen of gecensureerde dichters zelf als wel voor de echte liefhebbers van poëzie die een verminkt geluid en een vertekend beeld van de poëzie krijgen en de stem van hun al dan niet geliefde of vermaledijde dichters daar in Gent helemaal niet kunnen zien, aanhoren en beluisteren.  

 

 

 

Hendrik Carette, dichter    

 

Brussel, 28 maart 2011

 

22:43 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |