17-12-14

Brandend actueel

Nieuwe belachelijke Belgische schande

 

De West-Vlaamse jonge vrouw Delfine Persoon (°Gits, 1985) die reeds diverse wereldtitels behaalde in de bokssport en trouwens ook haar diploma van regentes Lichamelijke Opvoeding behaalde en nog altijd voltijds werkt bij de Spoorwegpolitie werd in De Panne in Plopsaland niet waardig bevonden om tot Sportvrouw van het jaar 2014 te worden verkozen. Wellicht vonden de Franstalige journalisten van het Belgische journaille haar te blank, te eerlijk, te volks en te vechtlustig. De naam van de locatie Plopsaland was dan ook goed gekozen : België is en blijft een groot Walibipark voor waardeloze windhanen.

                                                                                             Hendrik Carette, 16 dec. 2014  

09:55 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-11-14

Kort commentaar bij een foto

De vier gebroeders Morael : Jan, Jef, Karel en Frans

 

De drie musketiers in dienst van de Franse koning Lodewijk XIII waren, zoals bekend, eigenlijk met vier.  Maar hier in het fotoboek (fotobiografie, Ieper 2014) over Van Severen en het Verdinaso zag ik op bladzij 182 een unieke oude zwart-wit foto die al bijna vergeeld moet zijn als een sepia. Hier poseren de vier gebroeders Morael in een sober en streng uniform van de Dinaso Militanten Orde. Zowel Jan, Jef, Karel en Frans dragen op het hoofd  een soort van stormpet en een dubbele overdwarse koppelriem en alle vier staan met de handen op de rug en geen van de vier lacht hier lichtzinnig of frivool. Het zijn duidelijk vier ernstige jonge idealistische mannen die geloven in hun Leider en in zijn beweging en die geloven in hun roeping of in hun missie als trouwe soldaten die bereid zijn om te strijden en desnoods alles op te offeren voor hun idealen. Bij de foto staat geen datum vermeld, maar vermoedelijk is dit een foto die werd genomen vóór de oorlog in de woelige jaren dertig van de vorige eeuw.  De kans dat ze dus nog in leven zouden zijn is zeer gering en onbestaande. Wat gebeurde er verder in het leven van deze vier jonge mannen?  Zijn zij in de collaboratie beland of in het verzet? Werden zij vrijwilligers voor het Oostfront? Of hielden zij zich afzijdig? Het is en blijft een unieke foto, omdat zij als vier eendrachtige gebroeders duidelijk dezelfde idealen incarneerden : Dietsland en Orde, eenheid in de verscheidenheid, een hang naar grootheid en strijdbaarheid en alle vier incarneerden zij een soort van soldatesk leven. Het waren duidelijk geen enge kleinburgers, geen politieke profiteurs en geen ambitieuze academici; het lijkt mij eerder duidelijk dat dit vier eenvoudige jonge mannen waren die een zin aan hun leven wilden geven en het toenmalige Verdinaso mocht en kon toentertijd fier zijn dat het zulke enthousiaste leden (en ook geheime leden) in zijn rangen telde. De grootste (letterlijk) van de vier was Karel en de kleinste was Frans. Ze lijken, hoe dan ook, toch nog sterk op elkaar, want alle vier kijken onbevangen en bijna weemoedig en sereen naar de lens van het fototoestel. Wie heeft deze foto genomen en in welk jaar? Was het vóór of na de Nieuwe Marsrichting? Zijn zij later gehuwd en hadden zij zonen en dochters? Zijn zij gesneuveld? Werden zij in de repressiejaren gemolesteerd en gearresteerd? Bleven zij hun utopische  jeugdidealen trouw? Of werden zij vermalen door het harde leven? Het zijn prangende vragen die mij blijven   kwellen. Maar dankzij de publicatie van dit boek krijgen zij alsnog het eeuwige leven.

                                                                                                                     Hendrik Carette

 

15:55 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-10-14

brandnieuw gedicht

Mijn leermeester is een leesmeester

 

                                               voor Paul Claes 

 

 

Aan de schenkel slijp ik mijn scherpe schaatsen

en in de spinde vind ik kruimels naast een dode muis.    

 

Aan beide zijden van de weg zie ik de dode hoek

en op een bed verdroom ik de schroom en de droom.

 

In alle kamers en alkoven ben ik vergeefs op zoek

naar dat éne onleesbare en onvindbare boek

 

of naar dat oude en heerlijke bijna hoerige woord

dat helaas niet in het heilige woordenboek staat.

 

Het is de oerewoet, de oerewoet die het bij mij doet.

 

 

 

Hendrik Carette

 

12:59 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-09-14

Nieuw gedicht

Uittocht uit Bornholm

 

 

Verdreven en verstoten uit een te kleine sibbe

door de bloedwraakwoede

trokken wij naar de zeebriesbranding op het strand

en op een boot gehakt uit een holle boomstam

verlieten wij op het dak van de walvis

onder de grijze helm van de lucht

ons eiland in het westen van de Oostzee…

 

Om omstreeks het eerste jaar van de eerste eeuw  

(de runen zijn vervaagd)

onder de bescherming van Thor

als de eerste Bourgondiërs

aan land te gaan op een veengrond

van een donkergroen moerassenland

waar de zuster van de maan ons heeft verbrand. 

  

Hendrik CARETTE

 

10:30 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-06-14

gedicht

Les amitiés particulières

 

                       Zijt gij doorgedrongen tot de bronnen der zee, en hebt gij door de geheimenissen van                                                               de waterdiepte gewandeld?           

                                                                                             Job 38:16

 

Ik heb geen verrekijker nodig om te weten

met wie ik wil duiken en spuiten:

grienden en bultruggen zijn mijn vrienden.

 

En zie, zie, die dolle kleine dolfijnen

die ons volgen 

boven en onder de golven.

 

Hoor de baleinwalvis in zijn open oceaan

en zie die archaïsche korstige kop

in die arctische diepten.

 

Hoor het enorme mannetje dat dagenlang

zingt, kermt en klaagt

en bewonder bovenal de narwal

de eenhoorn onder het ijs van de IJszee.    

 

 

Hendrik Carette

 

 

 

14:20 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-04-14

persstemmen

Persstemmen over de poëzie van Hendrik Carette

 

Hendrik Carette schrijft erudiete poëzie die doorspekt is met talloze verwijzingen naar de wereld van de kunst, de literatuur, de muziek, de wetenschap, de geschiedenis, de filosofie, de mythologie en de Bijbel. Dat levert weliswaar eclectische maar nooit hermetische verzen op. Carettes gedichten zijn altijd begrijpelijk en verstaanbaar. Op het eerste zicht schrijft hij anekdotische parlandopoëzie met een vluchtig karakter, maar dat is slechts schijn.

                                   Patrick Auwelaert in het kunsttijdschrift Vlaanderen, april 2012

 

Geweldige, hexameterachtige verzen, tegelijkertijd opwindend en weerzinwekkend, geil en afstotelijk...

                                   Benno Barnard, in zijn Dagboek van een landjonker, Amsterdam, 2013 

 

Iedere liefhebber van originele poëzie zou zich deze bundel aan moeten schaffen. Geen onderwerp is deze barse Bruggeling te min.

                                   Bert Bevers, in de VVL-Boekhouding, 2011   

 

Ik word altijd zo vrolijk van het werk van Carette.

                                   Chrétien Breukers in het ts. De Brakke Hond, 4, 2011

 

Zijn reizen door tijd en ruimte verlopen zowel synchronisch als diachronisch. Zijn bezwerende litanieën zijn niet geschreven in de sepiakleur van een voorbije tijd, maar vormen de sleutel tot een hogere dimensie, met steeds een link naar het huidige tijdsgewricht.

                                   Dr. Luc R.C. Deleu in de Poëziekrant van maart 2007

 

Carette weigert klakkeloos te ondergaan wat hij zoal leest en ziet en ontpopt zich in deze fraai vormgegeven bundel tot een ge- en bedreven poëtisch klankbord.

                                   Philip Hoorne in het weekblad Knack, 19 oktober 2011

 

 

 

Thans is hij een rustend ambtenaar die zich gedegen gedraagt en een geheel overbodige wandelstok torst als een trofee. Maar mentaal is hij nog steeds een jonge meester, en hij zal dat blijven, ten eeuwigen dage.

                                   Renaat Ramon in het maandblad De Geus, november 2011

 

 

Carette opent de blik van de lezer op wat achter de direct waarneembare realiteit schuilgaat.

                                   Jooris van Hulle in het weekblad Tertio, 5 oktober 2011

 

Carette is een erudiete, romantische, veel te weinig gewaardeerde dichter.

                                   Geert van Istendael in De Standaard van 6 mei 2005

 

Terwijl woorden van de Belgische dichter Hendrik Carette (1946) – van wie in 2012 een vierdelige gedichtencyclus over Nescio in het tijdschrift Ballustrada werd opgenomen – door mijn hoofd spelen, loop ik langs de boorden van het meer en zet ik koers naar Walcheren…

                                   Francisca van Vloten in haar boek Zeeland (literaire reis langs het water), Zeist, 2013.  

09:55 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-01-14

Havendichter van Zeebrugge

Tweede brief uit Brugge aan Zee*

                                  

                                                     in ’t Brugse Vrije, in ’t jaar 1604

 

De watergeuzen zijn geland en onze zeearm is verzand.

De boten in de grijze verte worden groter dan groot

en schepen vergaan en zinken als een zwaar beladen boot.

De pijl van de tijd zoeft voorbij en valt achter het achterland.

 

Grotius en de vromen geloven in de Heiland en zijn woord.

Dwepers, dopers, volgelingen van Menno Simons en Calvijn  

raken verstrikt in schorren en slikken en worden vermoord

en na een tijd zal geen bosgeus nog ergens veilig zijn.   

 

Het weer is hard want de wind giert hier als een dwingeland.

Diepe beken en brede kreken leiden naar de wilde vloed

en Sluis wordt ontzet door Spinola uit het Spanjolenland.

 

Oostende, het nieuwe Troje, met dat laatste geuzengebroed

weerstaat drie jaar aan de belegering van de vijand 

en Cadzand is een eiland zonder eilanders met have en goed.   

 

 

Hendrik Carette

 

 

 

*          Dit sonnet is mijn tweede gedicht als havendichter van Zeebrugge. ‘De pijl van de tijd’ is een metafoor (misschien een metonymie) voor de tijdsdimensie. Grotius (Hugo de Groot) ontsnapte uit de gevangenis, in het Slot Loevestein waar Maas en Waal samenkomen, in een boekenkist. Menno Simons was een Fries en aanvankelijk een katholiek priester die een soort van wederdoper werd met nog altijd volgelingen in Canada en de V.S. waar zij bekend staan als Mennonieten. De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt schreef het gedicht ‘Uittocht uit Rusland’ met als ondertitel of opdracht ‘Aan de Mennonieten uit Rusland’. Zie hiervoor haar Verzamelde gedichten (Amsterdam : Athenaeum- Polak & Van Gennep, 2010, p. 260). Het woord ‘Spanjolenland’ is een ander woord voor Spanje en bovendien rijmt het ook nog mooi op het eindwoord ‘dwingeland’  van de zevende versregel. Cadzand was nog in 1600 een eiland (zoals Walcheren, maar ook Biervliet, Axel en Hulst) en voor het beleg van het rebelse Oostende en de ontzetting van Sluis, zie hiervoor het prachtige boek De val van het nieuwe Troje, Het beleg van Oostende / 1601-1604 (Leuven : Davidsfons, 2004) van Werner Thomas (red.) n.a.v. de gelijknamige tentoonstelling in de Venetiaanse Gaanderijen in Oostende in 2004. Met bijdragen van o.m. Hugo de Schepper; ‘De Nederlanden, 1560-1604: oppositie, opstand, oorlog’. Van Luc de Vos en Etienne Rooms; ‘Tactisch een Staats, strategisch een Paaps succes. De militaire campagnes van aartshertog Albrecht tot en met de slag bij Nieuwpoort’. En ook van Joos Vermeulen; ‘Rebels Oostende: weergalm en naklank’. In zijn bijdrage schrijft Hugo de Schepper het volgende : “Na het jarenlange beleg van Oostende volgt op 20 september 1604 de val en verwoesting van deze belangrijke zeehavenstad in handen van Spinola. Met tegenzin had Maurits gevolg gegeven aan het bevel van Oldenbarnevelt om de stad te gaan ontzetten. Een maand eerder had hij weliswaar IJzendijke, Aardenburg en het strategisch belangrijke Sluis ingenomen, maar hij zocht uitvluchten om niet naar Oostende te hoeven oprukken.”  Of het eiland Cadzand toen werkelijk onbewoond was, weet ik niet; ik kan het enkel vermoeden vanuit mijn dichterlijke vrijheid. De inname van Den Briel (thans Brielle) door de Watergeuzen gebeurde op 1 april 1572. Het mooie woord Heiland doet wellicht denken aan Nun komm, der Heiden Heiland, een koraal dat in 1524 geschreven werd door Maarten Luther.   

            Al deze verwijzingen om aan te tonen en te bevestigen hoezeer mijn gedichten (soms, niet altijd) als in een soort geopoëtica nauw samenhangen met de geschiedenis en de geopolitieke situatie van het Brugse Vrije, dat in het noorden werd begrensd door de Westerschelde en in het westen door de Noordzee.    

 

 

 

11:40 Gepost door Hendrik | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |